
De laatste jaren is het onderwerp Duurzaamheid steeds prominenter op de agenda gekomen bij ondernemers en beleggers. Ook bij vastgoedpartijen krijgt het onderwerp steeds meer aandacht. Opvallend hierbij is dat met name ontwikkelaars en eigenaar-gebruikers zichzelf het etiket ‘groen’ of ‘duurzaam’ geven. Men bedoelt dan meestal dat de nieuwe gebouwen die men realiseert of betrekt voorzien zijn van alle mogelijke energiebesparende maatregelen en van duurzame materialen. Meestal verliest men uit het oog dat deze activiteiten pas echt het label duurzaam zouden mogen krijgen, wanneer er ook een oplossing wordt gevonden voor de ruimte die men achterlaat. Te vaak wordt dit gezien als het probleem van de eigenaar van de leeggekomen panden. Zeker toen de beleggingswaarde van nieuwbouw ruimte liet voor allerlei incentives voor de huurder om te verhuizen leidde dit tot een toename van de leegstand. Anders gezegd: de groene ruimte werd vervangen door groene gebouwen. Een vanuit duurzaamheidsperspectief weinig wenselijke ontwikkeling, lijkt me.
Ook bij Annexum doen we het nodige aan de bevordering van duurzaamheid. U zult alleen ons daar niet vaak over horen. De reden hiervoor is dat wij dit een normaal onderdeel van ons beheer vinden en dat onze eigen normen zodanig zijn dat wij van mening zijn dat het ongepast is om onszelf op de borst te kloppen.
Wij zijn sinds enige tijd bezig met het maken van CO2-jaarrekeningen voor onze gebouwen. Hierbij speelt het volgende. In Nederland is het gebruikelijk dat de huurder de energierekening zelf betaald. Hiertoe worden servicekosten berekend aan de huurder en wordt jaarlijks de werkelijke rekening opgemaakt. Bij energiebesparende maatregelen is het zo dat de investeringen meestal op kosten van de gebouweigenaar plaatsvinden. Dit betekent dat de eigenaar betaalt en de huurder profiteert. Dit noemt men ook wel de circle of blame. Om deze patstelling te doorbreken biedt Annexum aan de kosten van een onderzoek naar de CO2-uitstoot voor te schieten. Wanneer er dan besparingen worden gerealiseerd, kan dan hieruit het onderzoek worden betaald. Zo hebben eigenaar en huurder geen risico, maar wel profijt als het gebouw verbeterd.
In de regel zijn de beleggers en de huurders van mening dat CO2-reductie een goede zaak is en zijn beiden bereid een deel van de kosten voor hun rekening te nemen.
Het zou eigenlijk beter zijn wanneer de praktijk van de doorberekening van energiekosten helemaal verdwijnt. Het verdient de voorkeur dat de energiekosten in de huurprijs worden inbegrepen. Op deze manier kan de circle of blame ook worden doorbroken. Er ontstaat een prikkel voor de eigenaar om te investeren in energiebesparende maatregelen. Voor de huurder betekent dit dat de huisvestingslasten op termijn omlaag zullen gaan. De moeilijkheid op dit moment is dat het voor de kleine partijen lastig is een dergelijke andere manier van afrekenen te introduceren. Het zou enorm helpen wanneer bijvoorbeeld de Rijksgebouwendienst, een van de grootste huurders in Nederland dit als verplichting zou introduceren. Hiermee zou een nieuwe standaard worden gezet.
Afsluitend zou ik willen stellen dat duurzaamheid en vergroening van vastgoed niet iets is waar je mee te koop moet lopen. Beter is het om het gewoon te doen.
Huib Boissevain
huib.boissevain@annexum.nl