EIB: Oplossing woningnood ligt bij bouwen in het groen

Politieke partijen willen als oplossing voor de woningnood binnen tien jaar een miljoen woningen erbij. Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) is dit haalbaar, mits er in het groen gebouwd gaat worden, al ontlokt die stellingname de nodige kritiek.

In het jongste rapport van het EIB is gezocht naar nieuwe gebieden om woningen te bouwen. Daarbij ligt de focus op zeven provincies waar 90 procent van de huishoudensgroei in de periode 2021-2030 wordt verwacht. Dat zijn de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland, Gelderland, Overijsel en Noord-Brabant. De krimpregio’s worden buiten beschouwing gelaten.

Volgens het huidige planaanbod kunnen in de zeven provincies 600.000 woningen gebouwd worden. Om de door politieke partijen gewenste miljoen woningen te realiseren, kan het volgens het EIB niet anders dan dat de 400.000 overige woningen in het groen moeten staan. Het EIB stelt ook dat bouwen in het groen gemakkelijker, goedkoper en sneller is omdat bij binnenstedelijk bouwen vele conflicterende belangen spelen. Ook zijn de kosten daar hoger doordat er bijvoorbeeld eerst gesloopt moet worden voordat er gebouwd kan worden.

Herbestemming glastuinbouw

Een van de zogenoemde zoekgebieden is Rotterdam-Zuid. Daar is volgens het EIB plek voor 83.500 woningen. Leiden Oost biedt plek voor 21.000 woningen. Verderop bij Zoetermeer kunnen 36.500 woningen. 25.000 daarvan kunnen in een weiland en 450 hectare glastuinbouw kan worden herbestemd voor de bouw van 11.500 woningen.

Het EIB waarschuwt in het rapport dat het aanbod van een miljoen extra ‘zeer royaal’ is. ‘Een aanbod van 900.000 woningen in de periode tot 2030 ofwel ongeveer 90.000 woningen per jaar zou de woningmarkt niet alleen in balans brengen, maar na een aantal jaren al een duidelijke verruiming van de woningmarkt opleveren’, schrijft EIB. Volgens het instituut hangt dit samen met het uitgangspunt bij de statistische benadering voor het woningtekort. Ieder huishouden boven de 25 jaar dat een woning deelt met een ander huishouden komt een woning tekort, is het uitgangspunt. Dat is volgens het instituut niet goed te onderbouwen.

Meer groene woonomgevingen

Als die miljoen woningen er dan toch moeten komen, moet er verder worden gekeken dan de stadsgrenzen. Het rapport benoemt dat het huidige planaanbod sterk geconcentreerd is in binnenstedelijk gebied. Vooral in de Randstad, waar het binnenstedelijke aandeel van de planvoorraad 85 procent is. ‘Deze sterke nadruk op binnenstedelijk vertaalt zich ook in hoge aandelen appartementen en relatief weinig grondgebonden woningen. Met de nieuwe zoekgebieden wordt de verdeling tussen binnenstedelijke en groene woonomgevingen ongeveer gelijk’, aldus het rapport. Een van de criteria voor een zoekgebied is de nabijheid van krappe regionale woningmarkten, werk en voorzieningen.

Zo kunnen er volgens het EIB in Amsterdam Noord bij de A10 zo’n 3.500 woningen bij en kunnen in het Haarlemmermeer 25.500 woningen extra gebouwd worden. In het gebied ten noordwesten van Purmerend is ruimte voor zo’n 20.000 woningen en in de Beemster voor 2.000. De geraamde aantal woningen komen bovenop het huidige planaanbod.

Natuurgebieden blijven onaangeraakt

In de zoekgebieden zijn natuurgebieden zoals bossen en duinen en de omgevingen van Natura2000-gebieden buiten beschouwing gelaten. Voor gebieden met bijzondere landschappelijke kwaliteiten wordt een inrichting gehanteerd met lage woningdichtheden en veel ruimte voor groen. Er wordt uitgegaan van vijftien woningen per hectare met relatief grote kavels en ook veel openbaar groen. In andere gebieden wordt uitgegaan van 25 woningen per hectare.

Kritiek

Het is niet voor het eerst dat wordt geopperd om te bouwen in het groen. Die stelling kan doorgaans op veel kritiek rekenen, zo ook nu. Cees-Jan Pen, lector de ondernemende regio Fontys Hogescholen is niet te spreken over het rapport van het EIB. In een reactie op het rapport op LinkedIn schrijft hij dat de stelling dat bouwen in het groen goedkoop, snel en minder complex is, is gebaseerd op een platte rekensom zonder enorme kosten infrastructuur, voorzieningen en klimaatmaatregelen mee te nemen. ‘Vaak wordt gepleit voor bouwen in polders, terwijl je in feite toekomstige bewoners gelet op klimaatverandering wel eens enorm op kosten kan gaan jagen. Vertel wel het hele kostenverhaal van bouwen in meest laaggelegen delen.’ Volgens de lector zijn er voldoende plekken in de bestaande steden en dorpen die vragen om een nieuwe invulling. Daarmee doelt hij op leegstand van bijvoorbeeld winkels en kantoren. ‘De woningmarkt is complex en het eerste wat we moeten doen is het loket zogenaamd makkelijke en goedkope oplossingen sluiten.’

 

Bron: Vastgoedmarkt


Gerelateerde artikelen