Het mantra ‘tax the rich’ is veelvuldig te horen in het Haagse en uit voor de hand liggende hoek. Voorstanders benadrukken dat complexe maatschappelijke en economische problemen – neem de woningmarkt – alsook begrotingstekorten eenvoudig kunnen worden opgelost door de vermogens van een specifieke groep te belasten. Nou klopt die aanname niet, maar los daarvan is er sprake van een hardnekkige begripsverwarring.
Deze column verscheen eerder in Vastgoedjournaal.
Met ‘rich’ wordt in de publieke retoriek van onder andere PRO verwezen naar een klein groep super- tot zeer rijken. Als doelwit van verontwaardiging is het natuurlijk een prettige groep: de Quote500-leden die zich verschansen achter hoge (buitenlandse) heggen of dobberen op superjachten en niet willen meebetalen aan het welzijn van de rest van Nederland. Ook dat is gemiddeld genomen een verkeerde aanname, maar relevanter: partijprogramma’s en fiscale plannen van de ‘tax the rich’ predikers laten zien dat er op een veel grotere - hoger te belasten - groep wordt gemikt. Als je kijkt naar de feitelijke inrichting van voorgestelde belastingstructuren, dan bestaat die groep eigenlijk uit de (hogere) middenklasse.
Een belangrijk argument dat wordt aangedragen om het vermogen van mensen met meer middelen hoger te belasten is het solidariteitsbeginsel. Wie meer heeft moet meer delen met mensen die minder hebben. Daar ben ik het mee eens, maar een vraag: dat gebeurt toch al? Het karikaturale en wat onvolwassen beeld van rijken die zich onttrekken aan hun verantwoordelijkheid doet geen recht aan de feitelijke bijdrage aan de schatkist van een paar miljoen Nederlanders en bovendien aan hun oprechte bereidheid mee te betalen aan het welzijn van het collectief. Als we het belang van solidariteit van meer-vermogenden dan toch als thema nemen, is mijn vraag: hoe zit het eigenlijk met de solidariteit van de rest van Nederland, zeker in de context van de wooncrisis. Daar moeten we dan toch ook een vraag over stellen?
Neem scheefwoners: een groep die ik niet erg solidair vind. Het bezet houden van een schaarse woning die eigenlijk voor iemand uit een kwetsbare groep bestemd is laat weinig maatschappelijke betrokkenheid zien. Scheefwoners zullen doorgaans niet tot de ‘rich’ behoren, ook niet als we daar een hele ruime definitie van nemen. Maar vormen zij niet een groter obstakel voor het beslechten van woonproblemen dan middenstanders die wat vermogen hebben opgebouwd?
Het populistische ‘tax the rich’ past misschien in verkiezingstijd, maar is in economisch uitdagende tijden vooral een rookgordijn. Het wekt de indruk dat complexe begrotingstekorten simpel kunnen worden opgelost door een kleine groep vermogenden te belasten, terwijl de realiteit is dat zo’n beleid resulteert in kapitaalvlucht en een verslechtering van het vestigingsklimaat. 'Tax the rich' is vooral een voorbeeld van symboolpolitiek, waarmee beleidsmakers structurele hervormingen die nodig zijn om de economie weer gezond te maken uit de weg gaan. Daar is niemand bij gebaat. Rijk niet en arm niet.
Huib Boissevain is oprichter van Annexum
