Artikel

Column Huib Boissevain: 'Kloppen die 100.000 woningen wel?'

De woningopgave draait niet alleen om aantallen, maar vooral om de vraag hoe mensen daadwerkelijk willen wonen, stelt Huib Boissevain.

28 sep. 2026
Article Header Image

Er moeten in Nederland 100.000 nieuwe woningen per jaar bijkomen. Dat is, zoals we allemaal weten, kansloos. Toch blijft het cijfer in Den Haag steeds weer opduiken als een soort utopische target.

Deze column verscheen eerder in Vastgoedjournaal.

De vraag is alleen: klopt dat aantal wel? Hebben we inderdaad zoveel nieuwe huizen nodig of moeten we beter kijken naar de daadwerkelijke vraag en de bestaande voorraad. Illustratief vind ik de gepercipieerde behoefte aan studenten- en starterswoningen.

Ik sprak onlangs een corporatiedirecteur, die uitlegde dat zij met hun aanbod van studentenwoningen de plank mis hadden geslagen. Haar organisatie had namelijk ingezet op kleine woonunits, waar elke student zijn eigen keuken en badkamer had. Tot bleek dat een van de meest gehoorde klachten onder studenten eenzaamheid was. Al die privacy en ruimte vertaalde zich bepaald niet in een grotere mate van welzijn.

Meer in het algemeen zijn we er de afgelopen jaren collectief in gaan geloven dat studenten en starters behoefte hebben aan hun eigen, nieuwe, comfortabele woonomgeving. Een omgeving die niet gedeeld hoeft te worden met anderen. Een groot contrast met mijn eigen wooncarrière, kan ik u vertellen.

Nadat ik als zeventienjarige student in Groningen mijn eerste kamertje snel weer verliet vanwege een gewelddadige hospita, volgden een trits aan woonomgevingen. Zo had mijn tweede studentenkamer een gipsmuurtje, waardoor ik de activiteiten van mijn huisgenoot en zijn vriendin ongewenst goed kon volgen. Ook woonde ik in een studentenhuis waar wij ons genoodzaakt zagen een douche in de keuken te bouwen en verbleef ik een tijdlang in een wooncontainer. Het is slechts een greep uit de accommodaties die ik in Groningen en Delft bewoonde voordat ik aan het serieuze leven begon. Maar zij hadden allemaal één ding gemeen: ik heb er heel veel geleerd. En bovendien - in de meeste gevallen - ook nog eens ongelooflijk veel plezier gehad en er vrienden voor het leven aan overgehouden.

Zou je mij in die tijd blij hebben gemaakt met een kant-en-klare, keurig nette eenpersoonswoning? Welnee. De chaos, gezelligheid en zelfs het frequente ongemak maakten die periode van m’n leven tot een feest. U zult het vast herkennen.

Maar zou dat laatste ook niet gelden voor de beleidsmakers die achter een bureau bedenken hoe mensen in Nederland willen en moeten wonen? Ik vermoed van wel. Maar dan is het toch hoogst merkwaardig dat zij die overwegingen niet laten meetellen in hun beleid en in de woonconcepten die zij omarmen? Ik vraag me zeer af of diezelfde beleidsmakers  - die zelf uiteraard geen woonprobleem of -uitdaging hebben - de moeite nemen zich af te vragen hoe de diverse doelgroepen nou eigenlijk zélf vinden dat zij moeten wonen.  

Als ze dat wel zouden doen, hebben we misschien wel 50% minder nieuwe studenten- en starterswoningen nodig. Dat scheelt nogal.

Huib Boissevain is oprichter van Annexum

Het laatste nieuws van Annexum direct in je mailbox?

Meld je aan en wees als eerste op de hoogte.

Meer nieuws