Supermarkten verkochten minder vlees, maar we aten er meer van. Hoe kan dat?

Vlees in de supermarkt

Nederlandse supermarkten verkochten vorig jaar 3,6% minder vlees dan een jaar eerder, blijkt uit niet eerder gepubliceerde cijfers van marktonderzoeksbureau IRI. ‘De verkoop van vlees in de detailhandel daalt al jaren, maar gaat nu steeds harder in volume achteruit’, zegt Cecile Spoorenberg van IRI.

De daling is opmerkelijk. Want Wageningen University & Research (WUR) concludeerde vorig jaar in onderzoek voor actiegroep Wakker Dier, dat het Nederlandse vleesverbruik 1% is gestegen. Eten Nederlanders meer of minder vlees?

In het kort:

  • Supermarkten verkochten 3,6% minder vlees. Opmerkelijk, want vleesverbruik nam 1% toe.
  • Verkoop van vleesvervangers steeg afgelopen jaar met 21,4%, maar is nog steeds marginaal.
  • In kilo’s is daling vleesverkoop vele malen groter dan toename van verkoop vleesvervangers.

Eigen lichaamsgewicht

En hoeveel vlees eten we? Per persoon per jaar 77,2 kilo, zoals de WUR becijfert? Of 36 kilo, waar het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op uitkomt? Of de 29,5 kilo waar de IRI-cijfers op neerkomen? ‘Eten we jaarlijks ons eigen lichaamsgewicht aan vlees, of de helft?’, vat onderzoeker Hans Dagevos van de WUR samen.

Vlak voor hij voorzitter werd van het Landbouwcollectief, dat nu onderhandelt met het kabinet over het stikstofbeleid, mailde Aalt Dijkhuizen het FD dat media vaak een dalende vleesconsumptie veronderstellen. ‘Wellicht is hier de wens de vader van de gedachte, want de feitelijk gemeten cijfers laten zien dat van een daling helemaal geen sprake is. Integendeel’, aldus de oud-WUR-voorzitter.

Sociaal wenselijk

Volgens Dijkhuizen zijn cijfers over een dalende vleesconsumptie gebaseerd op enquêtes. ‘Die zijn veel minder betrouwbaar, omdat juist op het onderwerp van vleesconsumptie mensen gemakkelijk wat anders zeggen, sociaal wenselijk antwoorden, dan ze werkelijk doen.’

Voor de IRI-bevindingen gaat deze kritiek niet op. ‘Wij nemen de harde kassacijfers van alle supermarkten in Nederland’, legt Dirk Roost van IRI uit. Alleen voor verkopen door ‘hard discount’-supers als Aldi en Lidl valt IRI terug op een panel. Met betrekking tot het RIVM heeft Dijkhuizen wel gelijk. Het RIVM signaleert ook een afname van de vleesconsumptie, maar concludeert dat op basis van een peiling onder duizenden consumenten.

Buitenshuis eten

‘De waarheid ligt in het midden’, zegt Roost van IRI. ‘Er is geen wereld van verschil tussen de data over een dalende vleesverkoop en een stijgend vleesverbruik’, benadrukt ook Dagevos van de WUR. Beide wijzen er op dat de vleesverkoop in supermarkten een deel van de vleesconsumptie mist. ‘Wat mensen buitenshuis eten, meten wij niet’, aldus de IRI-analist. Dat zit wel in de WUR-cijfers.

Beide trends hoeven elkaar niet uit te sluiten, meent Roost. ‘Wij zien door de week de vleesverkoop duidelijk dalen en het volume in de verkoop van vleesvervangers 21,4% stijgen.’ Wellicht wordt vlees een premiumproduct’, vermoedt hij. Door de week een vegaburger en zaterdag een XL-tournedos. De volumegroei (+2,3 mln kilo) van vleesvervangers is een fractie van de daling (-19,2 mln kilo) van vlees. Dat geldt ook voor de 11,4% (5,4 mln kilo) gestegen verkoop van plantaardige alternatieven voor de 2,3% (39 mln kilo) gedaalde zuivelverkoop.

Totale karkasgewicht

Vlees in de steeds populairdere kant-en-klaar-maaltijden telt IRI niet. Online-verkopen ook niet. De WUR meet het totale karkasgewicht, import en export en de koelhuisvoorraad en berekent daarmee eind van het jaar het ‘vleesverbruik’, inclusief botten. ‘De vuistregel is dat ongeveer de helft van het karkas wordt opgegeten, verklaart Dagevos het verschil tussen verbruik en consumptie. ‘De foutmarge zal voor rund en varken wat groter zijn dan voor kip’, verwacht de WUR-onderzoeker. ‘We gebruiken verschillende definities’, besluit Roost.

Mogelijke ‘onduidelijkheid over veranderende vleesconsumptie’, betreurt Jeroen Willemsen van de Green Protein Alliance, waarbij Albert Heijn en Unilever zijn aangesloten. ‘Want voor de eiwittransitie naar meer plantaardig voedsel zijn realistische cijfers voor overheden en bedrijven belangrijk.’

 

Bron: FD